Fysieke belasting

Risico’s voorkomen in de thuiszorg

Hoe kan de veiligheid voor medewerkers in de thuiszorg worden gewaarborgd? Door: het vaststellen van grenzen, het aanpassen van de werkomgeving, het geven van inspraak, het verbeteren van de organisatie van het werk, uitwisseling binnen het beroep, het aanbieden van opleidingen en het organiseren van het overdragen van vakkennis.

Het vaststellen van de grenzen van het werk

Gezinshulpen en sociale werkers worden vaak geconfronteerd met vragen die buiten hun opdracht vallen. Wegens de affectieve band vinden ze het vaak moeilijk om die verzoeken te weigeren. Er moet duidelijk worden gecommuniceerd naar de cliënten en hun omgeving welke hulp en onder welke voorwaarden wordt geboden, met name op het gebied van de hygiëne, veiligheid van de werkomgeving en het materiaal dat ter beschikking is.

De werkomgeving aanpassen

Uit studies is gebleken dat de werknemers meer dan de helft van de werkzaamheden uitvoeren in belastende houdingen. Door de cliënten te vragen minimale ergonomische aanpassingen te doen in bijvoorbeeld de badkamer, wordt het werk van de thuishulp vergemakkelijkt. “Sommige dienstverleners stellen, indien nodig, uitrusting ter beschikking van hun cliënten om de werkomgeving bij hen thuis te verbeteren”.

Inspraak geven

Door de medewerkers te betrekken bij en inspraak te geven in de aanpassingen, wordt de doeltreffendheid vergroot.

Een betere organisatie van het werk (teamwork)

- Verdeel de belasting van een zware casus over meerdere zorgverleners;

- Zorg voor samenwerking tussen verschillende generaties, behalve ter bescherming van de gezondheid, kan hierbij ook makkelijker kennis doorgegeven worden naar jonge collega’s;

- Teamwork kan ook helpen bij een betere opvang van emoties bij pijnlijke- of droevige gebeurtenissen.

Uitwisseling binnen het beroep

Zorg voor uitwisseling van ervaring, evalueer collectief, ook met andere betrokken hulpverleners en doe aan intervisie. Hiermee wordt tevens het isolement van de dienstverleners verminderd.

Opleidingen aanbieden

Zorg voor voldoende bijscholing, rekening houdend met veranderingen in de maatschappij. Speel in op het meer voorkomen van bepaalde aandoeningen door veroudering van de bevolking en de invloed van de (ongezonde) leefstijl.

De overdracht van vakkennis organiseren

Een groot deel van het verzorgingspersoneel zal binnenkort met pensioen gaan. Zorg voor kennisoverdracht door nieuwelingen bijvoorbeeld enkele dagen te laten begeleiden door ervaren medewerkers.

Bron: Prèvention des risques dans l’aide et les soins à domicile-Expérience croisée de bonnes pratiques organisationnelles au Québec et en region Wallonie-Bruxelles, IRSST

Kassa!

“Na tenminste 2 uur achtereen zittend kassawerk of na 1 uur stand kassawerk moet het werk afgewisseld worden met ander werk of een pause. Als langer dan 1 uur achtereen achter een kassa wordt gewerkt of langer dan 4 uur over de dag verdeeld, moet er een zitgelegenheid aanwezig zijn”.

Bron: Arbo Online, oktober 2011

Werken in randen van de nacht ook belastend

“Diensten die starten of eindigen tussen 0:00 uur en 06:00 uur – de zogenaamde ultravroege en ultralate diensten – hebben vergelijkbare impact op werknemers als nachtdiensten. Daarom moeten ze ook met dezelfde maatregelen omkleed worden. Dat vindt FNV Bondgenoten naar aanleiding van een onderzoek naar de ervaringen van mensen die werken in de randen van de nacht.

Grote impact

In het onderzoek geven medewerkers die te maken hebben met ultravroege en ultralate diensten aan, dat hun werktijden grote impact hebben op hun leven. Ze hebben last van verminderde alertheid, slapen korter en kunnen na hun dienst moeilijker inslapen. Ook leveren de werktijden problemen op in combinatie met het privéleven.

Opvallend is dat de problemen bij ultralate diensten twee keer zo groot zijn als bij ultravroege diensten. Ook is er een verschil tussen generaties: oudere werknemers (vanaf 40 jaar) hebben meer problemen met ultralate diensten dan jongere werknemers (tot 40 jaar). Zorgwekkend is dat werknemers aangeven veel meer uren in ultravroege en ultralate diensten te werken dan contractueel is overeengekomen.

Ideale slaapperiode

Werknemers ervaren de ultralate diensten als extra problematisch. Dat is goed te verklaren: de ideale slaapperiode is tussen 22:00 uur en 07:00 uur. Dus mensen die ultravroeg moeten werken, krijgen nog best een behoorlijk deel van die ideale slaap. Werk je ultralaat, dan wordt je gedwongen te slapen als je biologische systeem zich al weer opmaakt voor een nieuwe dag. Na een nacht werken is je alertheid een stuk minder. Dat brengt allerlei risico’s met zich mee. Op de werkvloer zelf, maar bijvoorbeeld ook als mensen na hun dienst naar huis rijden.

Beperken

FNV Bondgenoten wil dat werken in de randen van de nacht zoveel mogelijk wordt beperkt. Het gaat dan bijvoorbeeld om beperking van de arbeidsduur, om ergonomisch roosteren, maar ook om voorlichting over goed slaapgedrag, het beschikbaar stellen van gezonde voeding of het verzorgen van vervoer van en naar het werk”.

Bron: FNV Bondgenoten, 21 juni 2011

Minder moe door variatie in kracht en werkhouding

“Ondanks de lage intensiteit van productiewerk neemt spiervermoeidheid en ervaren ongemak gedurende de werkdag toe. Met als mogelijk gevolg een verandering van bewegingspatronen of van timing van beweging en daardoor een afname van prestatie. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Tim Bosch, TNO-onderzoeker/adviseur Sustainable productivity.

In het proefschrift worden verschillende aanbevelingen gedaan om de vermoeidheidsontwikkeling tijdens laagintensief werk te doorbreken en mogelijk prestatieverlies te beperken. Hiervoor is het inpassen van herstelmomenten in het werk of het vergroten van de variatie in kracht en werkhoudingen één van de oplossingen. De keuze van het productiesysteem, maar ook pauzes, taakverbreding, werksnelheid, product- en werkplekontwerp blijken van grote invloed”.

Bron: Arbo Online, 17 juni 2011

SER gaat adviseren over arbobeleid ZZP’ers

De SER gaat een afzonderlijk advies uitbrengen over het vraagstuk van het realiseren van gelijke arbeidsomstandigheden voor werknemers en zzp’ers. In de bouw gelden de Arboregels voor fysieke belasting nu alleen voor werknemers en niet voor zzp’ers. Hierdoor kan het voorkomen dat op één bouwplaats voor de ene persoon op dit punt de Arboregels wel gelden en voor de ander niet. Sociale partners in de bouw hebben de minister daarom gevraagd de Arboregels op het gebied van fysieke belasting ook van toepassing te laten zijn op zzp’ers, zodat een gelijk beschermingsniveau voor alle werkenden op de bouwplaats wordt bereikt.

Bron: SER 2 juli 2010

Kennis zware beroepen nog in kinderschoenen

De politiek wil toe naar doorwerken tot 67 jaar. De wetenschap plaatst een kanttekening: eerst meer weten over hoe het gaat met oudere werknemers in zware beroepen. Bovendien: minder zwaar werk wordt ook zwaar als de belastbaarheid afneemt. 

Oktober 2009 diende het inmiddels demissionaire kabinet een wetsvoorstel in om ‘sociaal en verantwoord’ tot 67 jaar door te werken. Werknemers in zware beroepen moeten na dertig jaar werken een aanbod krijgen voor minder belastend werk. Anders mogen zij stoppen met 65 jaar op kosten van de baas. Wat zwaar werk precies is, mogen de sociale partners uitmaken. De nieuwe Tweede Kamer zal zich nog over dit controversiële plan buigen. 

Karen Oude Hengel (TNO) werkt aan het programma ‘Je Gezondheid in de Steigers’ dat duurzaam werkvermogen in de bouw wil bevorderen. Het percentage 55-plussers in de bouw verdubbelde de laatste tien jaar, de gemiddelde leeftijd staat op 40 jaar. Het gaat vooral om het bedenken van eigen oplossingen voor het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. De resultaten worden begin 2011 verwacht. 

Bron:    Samenvatting uit Arbo nr.5 – 2010-06-11            8 juni 2010

Gevaar van trillingen nog altijd onderschat

“Nederlandse werkgevers, beleidsbepalers en bedrijfsartsen schenken te weinig aandacht aan de gevaren van trillingen op het werk. Hun houding wordt mede gevoed door onbekendheid met de materie en de onverantwoord hoge blootstellingniveaus.

De effecten van trillingen worden in Nederland nog steeds schromelijk onderschat.

Brancheorganisatie BMWT (importeurs en/of fabrikanten van bouwmachines, magazijninrichtingen, wegenbouwmachines en transportmaterieel) heeft in 2006 een test laten uitvoeren op heftrucks met als conclusie: “De actie- of comfortwaarde van 0,5 m/s2 (lichaamstrillingen) wordt door vrijwel alle heftrucks na 2 uur per dag gepasseerd”. Enkele maanden geleden verscheen ook een onderzoek in het blad Trekker met zorgwekkende resultaten.

Niet alleen in Nederland, maar ook in de landen om ons heen is de aandacht voor arbeidsgebonden trillingen gering, ondanks het grote aantal slachtoffers en de Europese propaganda om de blootstelling aan trillingen aan te pakken. Er zijn bijvoorbeeld weinig transport- en arbeidsmiddelen op de markt met een gebruiksaanwijzing waarin de trillingswaarde vermeld staat. Werkgevers blijken bovendien zelden over een RI&E te beschikken waarin de blootstelling aan trillingen is opgenomen.

Bron: Jan Doornbusch (Vibrations@work)

Voor verdere informatie: zie de Nieuwsbrief van april 2010 op www.ergo-advies.nl

Aandoeningen houding- en bewegingsapparaat meest gemelde beroepsziekte

“Opnieuw zijn aandoeningen aan het houding- en bewegingsapparaat de meest gemelde categorie van beroepsziekten: 2.920 (42%) op een totaal van 6.952 beroepsziektemeldingen in 2008. Ze worden gevolgd door gehooraandoeningen (34%) en psychische aandoeningen (17%). Dit blijkt uit het rapport Beroepsziekten in Cijfers 2009 van het NCvB”.

Bron: SDU Uitgevers

Verplicht omscholen in de bouw contraproductief

“Verplicht omscholen na 30 jaar zwaar werk in de bouwnijverheid is onnodig, onuitvoerbaar en zelfs contraproductief, vindt Cees Everaert, bedrijfsarts en bouwarts van Arbo Unie.
Het is onnodig, omdat er in de bouwnijverheid de afgelopen jaren enorm veel geïnvesteerd is in het verbeteren van de werksituatie waardoor werknemers veel langer kunnen doorwerken. Was in 1990 nog 36% van de bouwvakkers 45 jaar of ouder, vandaag is dat maar liefst 56%. De uitstroom vanwege versleten ruggen is sterk afgenomen.

De sector loopt in Nederland voorop in haar streven om werknemers vitaal en inzetbaar te houden gedurende 40 tot 45 jaar zwaar werk. Voor bouwvakkers tot 40 jaar wordt de gezondheid iedere vier jaar onderzocht middels vrijwillige, preventieve medische onderzoeken. Vanaf 40 jaar wordt deze keuring iedere twee jaar aangeboden. Het werkvermogen dat bij de preventieve medische onderzoeken wordt bepaald, is voor bijna 70% van de groep 55-65 jaar goed of uitstekend. Vele zestigers hebben na 40-45 jaar zwaar werk nog steeds een goede gezondheid. Het verzuim is niet hoger dan in andere sectoren.

Winst is nog wel te boeken op de combinatie van problemen met het houdings- en bewegingsapparaat (veruit de belangrijkste gezondheidsklacht in deze sector/ bij ruim 40% van de werknemers in de bouw) en de top drie leefstijlrisicofactoren (tekort aan beweging, overgewicht en roken). Het verbeteren van de arbeidsomstandigheden op deze punten zal veel meer opleveren dan een arbitraire regeling van verplicht stoppen na 30 jaar”.

(Bron: Arbo Unie, 7-1-2010)

Werk voor stratenmakers vaak te zwaar

“ Het werk van stratenmakers is vaak onnodig zwaar. Ze hebben vaak last van rugklachten. De arbeidsinspectie stuitte bij controles bijvoorbeeld op werknemers die met zijn tweeën stoepranden van 100 kilo aan het sjouwen waren.
Volgens de inspectiedienst moeten grotere oppervlakten met een machine geplaveid worden. Maar uit controles bleek dat dit in 45% van de gevallen niet wordt gedaan. De arbeidsinspectie vindt dat gemeenten, die vaak opdrachtgever zijn bij bestratingen, goede werkomstandigheden moeten eisen ”.

(Bron: Kluwer Arbo Online 18 maart 2009)